Nee tegen dienstplicht in Frankrijk en Europa!

Verklaring van de Parti de l’égalité socialiste (PES)

23 november 2018

De eerste lichting zou al in zeven maanden moeten beginnen in een programma waarin uiterlijk in 2026, alle Franse burgers die dan 16 jaar zijn, opgeroepen worden bij het leger.

Dat dit initiatief als doel heeft om het verzet vanuit de werkende klasse te onderdrukken door een beroep te doen op nationalisme en legeropbouw, werd allesbehalve erkend door de pers. “Terwijl Frankrijk uiteen gereten wordt door verdeeldheid, die haar eenheid bedreigt,” schreef Le Parisien, “lijkt het idee om de dienstplicht te herintroduceren een goed getimed initiatief.” Twee dagen later, woensdagavond, kondigde Marcon aan troepen naar het Franse eiland Réunion te sturen, om de protesten de kop in te drukken.

Over de gehele Europese Unie (EU) bereiden de heersende elites de terugkeer van dienstplicht voor. Na de Stalinistische ontbinding van de Sovjet-Unie in 1991 en het einde van de Koude Oorlog, schafte Frankrijk de dienstplicht af in 1997, gevolgd door Spanje (2001), Italië (2005), Polen (2008), en Duitsland (2010). Dit bleek echter slechts een korte tussenpoos. Nadat Zweden vorig jaar, en Frankrijk dit jaar, bekend maakten de dienstplicht opnieuw in te voeren, overwegen andere EU-grootmachten, waaronder Duitsland, hetzelfde te doen. (Noot van de vertaler: in Nederland geldt nog altijd de dienstplicht. Enkel de opkomstplicht is slechts opgeschort, sinds 1997.)

Na twee verschrikkelijke wereldoorlogen bestaat er diepe, historisch-gewortelde weerstand tegen dienstplicht binnen de Europese werkende klasse. Uit een Gallup-peiling uit 2015, blijkt dat 29 procent van de Fransen bereid zijn om te vechten voor het vaderland; in het “Generation What”-onderzoek uit 2017, onder jongeren in de EU, weigerde 60 procent dat te doen.

Aangezien slechts 20 procent van de bevolking tevreden is met de overheid onder Macron, is de regering heel voorzichtig, om maar niet toe te geven dat de militaire dienstplicht weer wordt ingevoerd. Hoge ambtenaren komen met absurde voorwendselen: het programma volgend jaar duurt slechts een maand en er zullen alleen 16-jarigen aan meedoen; niet iedereen zal dienen bij gevechtseenheden; ambtenaren van het ministerie van Onderwijs worden erbij betrokken; het leger zal de tieners “crisis-management” en “duurzame ontwikkeling” bijbrengen.

Europa’s vrije val naar fascisme en vervolgens wereldoorlog in de 1930-er jaren, leert een onvergetelijke les: de terugval van de bourgeoisie naar nationalisme en militarisme om de klassenstrijd te onderdrukken, kent een verwoestende objectieve dynamiek. De implicaties van de terugkeer van algemene dienstplicht kunnen niet gekend worden aan de hand van de officiële eufemismen en verdoezeling. Ze vloeien voort uit de toenemende, objectieve crisis van het wereldwijde kapitalistische systeem, met meer dan een kwart eeuw aan onafgebroken, imperialistische oorlogen, sinds de Stalinistische ontbinding van de Sovjet-Unie in 1991.

De bewering dat het einde van de USSR het Einde van de Geschiedenis markeerde, ligt in duigen. Sterker, de ontbinding van de Sovjet-Unie luidde de terugkeer in van alle historische conflicten die twee keer tot wereldoorlog leidde. Voor diegenen, die niet willen vechten en sterven – of hun kinderen zien sterven – in oorlogen zoals die in Afghanistan, Syrië en Mali, of bij het “tot kalmte brengen” van steden thuis, is het beslissende vraagstuk, de opbouw van een anti-oorlog beweging onder de werkende klasse.

De toename van oorlogen en de onderliggende, inter-imperialistische rivaliteit over de afgelopen 25 jaar, hebben de kapitalistische crisis in een kwalitatief nieuw stadium gebracht. Geconfronteerd met het instorten van hun wereldhegemonie, hebben de Verenigde Staten vorig jaar een Nationale Veiligheidsstrategie aangenomen, waarin ze de “war on terror” terugschroeven en verklaren dat het buitenlandbeleid nu gericht is op conflict tussen “grootmachten”. En terwijl er handelsoorlogen uitbreken tussen de VS en de EU, roepen Berlijn en Parijs steeds harder om een Europees leger, wat kan wedijveren met Amerika.

Het Amerikaanse leger roept steeds meer om dienstplicht. Military.com schreef dat de Amerikaanse strijdkrachten $5,6 biljoen hebben uitgeven sinds 2001, aan oorlogvoering in ten minste 76 landen. “Dat doet de vraag rijzen: kan een volledig vrijwilligersleger klaarstaan om aan de oproep gehoor te geven?” De gepensioneerde Majoor-generaal Dennis Laich, voorstander van militaire dienstplicht: “Als je narekent, slechts drie op de tien Amerikanen voldoen aan de eisen om te dienen, en daarvan is slechts 15 procent ertoe geneigd. Dit is onhoudbaar...”

Op tournee langs de slachtvelden van de Eerste Wereldoorlog, in aanloop naar het 100-jarig jubileum van het einde van de oorlog, verklaarde Macron dat de EU een leger nodig heeft, capabel om niet alleen Rusland en China te confronteren, maar ook de VS.

Terwijl de EU-imperialisten de koppen samen steken om de militaire macht van de VS te evenaren, voelen ze zich tevens gedwongen terug te vallen op fascistisch nationalisme. In debat over de herintroductie van militaire dienst, promoot de Duitse “Grosse Koalition” de lijn van het ver-rechtse Alternative für Deutschland (AfD); Minister van Binnenlandse Zaken Horst Seehofer juichte de deelnemers aan een neo-Nazi rel in Chemnitz toe, waarbij een Joods restaurant aangevallen werd. In Frankrijk sprak Macron vol lof over “oorlogsheld” Nazi-collaborateur, dictator en antisemiet Philippe Pétain, en prees diens staat van dienst tijdens WO I.

Wanneer massaal verzet tegen bezuinigingen en sociale ongelijkheid uitbreken door heel Europa, is de doorslaggevende kwestie: het optillen van het bewustzijn onder de werkende klasse tot het niveau van haar historische taak. Een nieuwe anti-oorlog beweging moet gebaseerd zijn op een internationaal, socialistisch perspectief, geleid door een politieke voorhoede binnen de werkende klasse, die vecht voor dit perspectief. Dit betekent de opbouw van de International Committee of the Fourth International (ICFI), de wereldwijde, Trotskistische beweging en de Franse afdeling van de ICFI: de “Parti de l’égalité socialiste” (PES, Sociale Gelijkheidspartij).

De PES uit de scherpst mogelijke waarschuwingen voor de reactionaire “linkse” groeperingen van de Europese middenklasse, die voortkwamen uit de studentenbeweging van na 1968: zij steunen oorlog en nationalisme. De Linkse partij in Zweden stemde voor de dienstplicht, partijleden van Jean-Luc Mélenchon’s La France Insoumise (LFI) bereiden het wetsvoorstel voor dienstplicht voor in de Franse nationale Assemblee, en in Duitsland zitten partijprominenten van die Linke in de militaire commissie van het parlement, gezworen tot geheimhouding.

Het politieke alternatief is de ICFI. De PES herbevestigt de principes die opgenomen zijn in de ICFI-verklaring uit 2016: “Socialism and the Fight Against War”:

• De strijd tegen oorlog moet gevoerd worden vanuit de werkende klasse, de grote revolutionaire kracht van de maatschappij, die alle progressieve elementen binnen de samenleving achter zich verenigt.

• De nieuwe anti-oorlog beweging moet antikapitalistisch en socialistisch zijn; er kan geen serieuze strijd zijn tegen oorlog, behalve binnen het gevecht om een einde te maken aan de dictatuur van het grootkapitaal, en het economische systeem wat de fundamentele oorzaak is van militarisme en oorlog.

• De nieuwe anti-oorlog beweging moet dus, noodzakelijkerwijs, volledig en ontegenzeggelijk onafhankelijk zijn, en vijandig tegen alle politiek partijen en organisaties van de kapitalistische klasse.

• De nieuwe anti-oorlog beweging moet, boven alles, internationaal zijn en de verreikende macht van de werkende klasse mobiliseren in een verenigde, wereldwijde strijd tegen imperialisme. De permanente oorlog van de bourgeoisie moet beantwoord worden met het perspectief van permanente revolutie door de werkende klasse. Het strategische doel daarvan is de afschaffing van de “natie-staat”, en de stichting van een wereldwijde, socialistische federatie. Dit maakt een rationele, geplande ontwikkeling van ‘s werelds grondstoffen mogelijk, en op deze basis, de uitbanning van armoede en het optillen van de menselijke cultuur tot nieuwe hoogten.